Gelezen in De Standaard:
Het huis van Albert Frère
De ringweg van Charleroi. Afhankelijk van de afrit die je neemt, kom je in twee totaal verschillende werelden. Afrit Marcinelle leidt je naar het grauwe Charleroi, naar steenwegen met grijze arbeidershuisjes en cafés waar de klok midden jaren zeventig stil is blijven staan.
Ik neem de afrit Loverval. Ook hier zijn de eerste huizen klein en somber. Maar als ik de Rue de Blanche Borne inrijd, kom ik al snel in een groenere omgeving. Op een sportterrein wordt hockey gespeeld. Even verderop staat een wit, modern gebouwencomplex. Midden op het terrein staat een mooi, kleurrijk kunstwerk. Is dit het huis van Belgiës rijkste man, Albert Frère? Het is zijn werkstek. ,,Zijn huis ligt wat verderop, in Gerpinnes'', zegt de cassière van het tankstation. ,,Maar dat is privé-domein. Daar kun je niet binnen.''
Ik draai de Allée de Noisetiers in, de weg die naar het huis van Frère moet leiden. De straat zit vol putten. Zit ik nog juist? Twee oudere dames met boodschappentassen staan te keuvelen. ,,Dit is de juiste weg'', zegt Bertha Drees. ,,Op het einde van de straat gaat u naar rechts. Zijn huis ligt achter de poort. U zult het wel zien. De weg is er opnieuw beter.'' Of ik tot bij het huis kan komen? ,,Met de wagen mag u niet voorbij de poort, maar u mag er wel wandelen. Trouwens, meneer Frère is niet de enige rijke die er woont. Ook Robert Wagner en zijn zoon wonen er. Kent u Wagner? Een groot industrieel, maar hij heeft problemen. Hij moet voor de rechtbank verschijnen.''
,,Veel zien we meneer Frère niet. Hij moet ook niet hierlangs om naar zijn bedrijf te gaan. Zijn huis is via een privéweg door de bossen met zijn bedrijf verbonden. We zien hem af en toe. Een vriendelijke man. Zijn zoon is bekender. Hij ging hier naar school.''
Ik rijd verder en kom bij de poort die openstaat. Erachter loopt een biljartvlakke asfaltweg afgezoomd door een eindeloze rij populieren. ,,De poort wordt vanaf acht uur 's avonds afgesloten'', weet een buurvrouw. Haar naam heeft ze liever niet in de krant. ,,Om zes uur 's morgens gaat hij weer open. Maar u kunt er gerust voorbij wandelen, hoor. Het huis van meneer Frère ligt links.''
Verscholen achter het groen vang ik een glimp op van een witte villa. Verderop liggen witte bijhuizen ter grootte van ruime villa's. En daarna volgen de weien met paarden. Alles ademt de sfeer van een Engels, aristocratisch landgoed. Een jeep rijdt voorbij. ,,Dat is zijn jachtopzichter'', zegt de buurvrouw.
Het grauwe Charleroi lijkt op een andere planeet te liggen.