26.3.07

Grote winnaars van globalisering zijn aandeelhouders van multinationals

"De grote winnaars van de globalisering zijn de aandeelhouders van multinationals." Een uitspraak van een marxist of een andere anti-kapitalistische activist? Neen, deze uitspraak komt zowaar van een liberale minister uit België. Karel De Gucht is zijn naam en in een uitgebreid opiniestuk neemt hij de verdediging van de globalisering op. Maar hij waarschuwt ook.

De Gucht stelt dat de lonen van topmanagers en de enorme winsten van multinationals te hoog zijn. De gewone arbeiders moeten inleveren terwijl de topmanagers heel veel verdienen, dat leidt volgens De Gucht tot ongenoegen en mogelijkheden voor "populisme" ter linkerzijde... Hij roept de managers op om zelf ook wat te "matigen".

Hieronder enkele opvallende passages uit de tekst van De Gucht.

“De grote winnaars van de moderne wereldeconomie zijn de aandeelhouders en het leidinggevende kader van internationale ondernemingen. Die weten goed in te spelen op de kansen zowel van de productie als verkoop in de opkomende landen als China, India, Rusland, Brazilië, Mexico en ga zo maar door. De salarissen van bedrijfsleiders en andere directeurs van multinationale ondernemingen zijn fenomenaal, zeker in de VS.

“Twintig jaar geleden was het totale vergoedingspakket van een topmanager ongeveer veertigmaal het loon van een gemiddelde werknemer. Vandaag is het gestegen tot 110-maal. Bij ons in Europa is die spanning veel kleiner, maar de jongste vijftien jaar is zij ook hier sterk toegenomen. Het meest controversieel zijn de uitermate riante opstappremies, ook voor bedrijfsleiders die er heel weinig van bakten, zoals recentelijk nog geïllustreerd werd door de honderden miljoenen dollars die zowel de uit de laan gestuurde baas van Pfizer als van het Amerikaanse Home Depot te beurt vielen.

“Daartegenover staat dat gewone arbeiders en bedienden, ook zij die universitair geschoold zijn, op het hart wordt gedrukt dat ze hun looneisen moeten matigen, willen de bedrijfsvestigingen waarin ze werken concurrentieel blijven. Vanuit een zuivere economische analyse onderschrijf ik dat pleidooi, omdat het arbeidsaanbod op de wereldwijde markt met verscheidene honderden miljoenen mensen is toegenomen, waarvan trouwens een groeiend aantal uit geschoolden bestaat. (…)

“Maar dat matigingspleidooi is politiek niet altijd makkelijk te verkopen tegen de achtergrond van vorstelijke salarissen aan de top en het nog nooit zo hoge aandeel van de bedrijfswinsten in het totale inkomen van onze economie. De laatste jaren zijn de reële lonen veel minder snel gestegen dan de productiviteit. (…)

“Die situatie is niet zonder gevaar. Aan de linker- en aan vakbondszijde gaan almaar meer stemmen op om tegen de globalisering een dam op te werpen, ook in de VS. In tegenstelling met wat doorgaans wordt aangenomen, is globalisering alles behalve onstuitbaar. De eerste golf op het einde van de negentiende eeuw werd volkomen tenietgedaan door het op hol geslagen economisch nationalisme en protectionisme tijdens de jaren dertig.

“De top van het westerse bedrijfsleven moet goed beseffen dat zij ook beter wat matigt om populistische tendensen niet in de kaart te spelen. Men mag nooit uit het oog verliezen dat een markteconomie haar morele en politieke legitimiteit ontleent aan de veronderstelling dat inkomen grosso modo overeenstemt met de bijdrage aan de economie. Die legitimiteit moet gevrijwaard blijven.”

Geen opmerkingen: